Featured

Bienvenue / Welkom

This is the post excerpt.

Bonjour à tous,

bienvenue sur mon blog. Tout d’abord, permettez-moi de me présenter: je m’appelle Niels de Jonge, j’ai 24 ans et je viens des Pays-Bas. Pour la période allant du 30 janvier au 23 juin 2017, dans le cadre du programme ‘Erasmus+’, je ferai mes études de français à Liege, Belgique. Durant ces cinq mois, je tiendrai ce blogue dans lequel je partage mes expériences sur une base hebdomadaire. Les articles seront écrits en français et en néerlandais.

J’espère que vous prendrez plaisir à lire ce blogue.

Niels

Hallo iedereen,

welkom op mijn blog. Mijn naam is Niels de Jonge, ik ben 24 jaar oud en ik kom uit Nederland. Ik ben deze blog begonnen omdat ik gedurende de periode 30-01-2017 t/m 23-06-2017 in het kader van mijn studie Frans in Luik, België zal gaan studeren. Ik zal wekelijks een blog bijhouden waarin ik mijn ervaringen deel. De artikelen zullen geschreven worden in het Frans en Nederlands.

Ik hoop dat jullie de artikelen met plezier zullen lezen.

Niels

 

Enkele kenmerken van de Belgische cultuur / Quelques particularités de la culture belge

[Version française en bas)

Na enkele weken complete radiostilte op het blogfront vond ik het de hoogste tijd om weer eens in de digitale pen te klimmen. Meerdere redenen liggen aan deze radiostilte ten grondslag: ten eerste heb ik het druk met zowel werk voor de NHL als voor mijn hogeschool in Luik, ten tweede kost het schrijven van een blog me simpelweg ontzettend veel tijd: eerst dien ik een keuze te maken waar ik over wil schrijven, vervolgens schrijf ik een eerste versie in het Nederlands, die ik daarna vertaal in het Frans. Daarna reviseer en corrigeer ik zo nodig nog eens een dan wel beide versie(s). Perfectionistisch als ik ben neemt dat in totaal toch al gauw enkele uren in beslag. Ik beloof mezelf niet zelden de blogs kort en bondig te houden, maar die beloftes zijn tot dusverre  tevergeefs gebleken. Maar goed, ik ga (weer) een poging wagen.

Deze blog zit ietwat anders in elkaar dan de vorige die ik geschreven heb. Daarin vertelde ik in chronologische volgorde wat ik de voorbije dagen beleefd had. Dat ga ik nu niet doen. In deze blog spits ik mij toe op een onderwerp: de Belgische/Waalse cultuur. Hier heb ik de afgelopen weken op verschillende manieren (verder) kennis mee gemaakt.

Allereerst heb ik  enkele weken geleden met enkele mede Erasmusstudenten carnaval gevierd. We zijn hiervoor de taalgrens overgestoken en naar Bree getogen, een stadje in Belgisch Limburg op een steenworp afstand van de Nederlandse grens. Een van mijn medestudenten, Tessa, is daar woonachtig en ze had ons dus bij haar thuis uitgenodigd om carnaval te vieren . Als rasechte Noorderling met een onvervalst calvinistische inborst zag ik in eerste instantie met frisse tegenzin op tegen deze paapse gekkigheid, maar achteraf kan ik zeggen dat het me alleszins mee is gevallen. Allereerst hebben we in de middag, na eerst bij haar thuis een hapje gegeten te hebben, in een naburig dorp een optocht bijgewoond. Een vijftigtal wagens, de ene nog fraaier versierd dan de andere, zagen we voor onze ogen passeren. De niet bepaald meewerkende meteorologische omstandigheden mochten de pret hierbij niet drukken

[FOTO’S]

Na afloop van de optocht zijn we teruggekeerd naar Tessa’s huis. Hier hebben we allereerst een potje Scrabble (in het Frans, uiteraard) gespeeld. Ondergetekende moest helaas het onderspit delven, maar de eerlijkheid gebiedt dan ook te zeggen dat ik het dan ook in mijn eentje opnam tegen twee andere duo’s [FOTO]

’s Avonds, na het diner, zijn we vervolgens (verkleed uiteraard) naar het lokale dorpshuis getrokken om aldaar gezamenlijk met de lokale bevolking de voetjes van de vloer te gooien. Het was een goed feest. [FOTO’S] Na nog bij Tessa overnacht te hebben zijn we de dag erop weer met de trein terug naar Luik gereisd.

Een kleine twee week later stond er wederom een uitstap op het programma: een zogeheten ‘Journée de la découverte du patrimoine wallon’ (‘Dag van de ontdekking van het Waalse erfgoed’), georganiseerd door de ‘Pôle académique Liège-Luxembourg’, een instantie die gevormd wordt door alle hogeronderwijsinstellingen in de provincies Luik en Luxemburg. Deze uitstap was speciaal georganiseerd voor de Eramusstudenten van de verschillende Luikse hogescholen en universiteiten met als doel hen hun nieuwe ‘adoptieland’ nog beter te leren kennen. Er stonden deze dag drie verschillende activiteiten op het programma: een bezoek aan de mijnen van Blegny, vervolgens een lunch en een bezoek aan een chocolaterie in Verviers en als laatste een bezoek en een bierproeverij in de abdij van Val-Dieu in Aubel: alle drie in en in Belgische/Luikse activiteiten. Vroeger, tot ongeveer veertig jaar geleden, waren er in de regio Luik (net als in Belgisch en Nederlands Limburg) veel mijnen waarin de meest uiteenlopende nationaliteiten hun brood verdienden. Ook is België natuurlijk hét land van bier en chocolade. Bij dezen enkele foto’s van deze erg geslaagde dag.

[FOTO’S]

Aan het eind van de middag kwamen we weer voldaan aan in Luik.

FRANÇAIS

Après quelques semaines pendant lesquelles je n’ai écrit aucun article, je me suis dit qu’il était grand temps d’en écrire un nouveau, donc voilà. Plusieurs raisons sont à la base de cette ‘silence radio’ : tout d’abord, je suis en ce moment bien chargé au niveau du travail que je dois faire pour le NHL ainsi que pour mon haute école à Liège. Deuxièmement, écrire un article prend, dans mon cas, tout simplement beaucoup de temps. D’abord il faut que je fasse un choix à propos du sujet dont je veux écrire. Puis j’écris une première version en néerlandais, ce que je traduis en français après. Ensuite, si nécessaire, je révise et corrige les deux versions. On peut bien s’imaginer combien de temps tout cela prend pour quelqu’un si perfectionniste comme moi. Je me promets souvent que je ne vais pas trop écrire, que le texte reste succinct… presque toujours en vain, malheureusement.

Dans cet article, je vais me concentrer sur la culture belge/wallonne, dont j’ ai fait la connaissance de différentes manières les derniers temps.

Tout d’abord, j’ai fêté le carnaval. Quelques autres étudiants Érasmus et moi avons été invités par une étudiante Érasmus flamande, Tessa, pour fêter la carnaval chez elle à Bree, en province de Limbourg, près de la frontière néerlandaise. Comme je viens du Nord des Pays-Bas, une région calviniste ou la fête du carnaval est un phénomène (très) rare, je ne l’avais jamais fêté avant. Par contre, cette fête est bien présente en Belgique, en Flandre aussi bien qu’en Wallonie. Avant le départ, comme je n’avais donc jamais fêté le carnaval, j’avais une sorte de franche aversion mais j’avoue que ce n’étais pas que grave que ça, heureusement. Dans l’après-midi, après avoir mangé chez Tessa, on a assisté à un défile dans un village voisin, où on a vu passer une bonne cinquantaine de chars, l’un encore plus beau que l’autre. Malgré qu’il faisait ‘belge’ (ça veut dire qu’il pleuvait), on a passé un après-midi sympa.

Après le défilé on est rentrés chez Tessa. Là, on a joué au Scrabble (en français, bien évidemment). Malheureusement, c’était moi le perdant, bien que l’honnêteté m’ordonne cependant de dire que j’ai joué tout seul, alors que les autres étaient en binômes…

Ensuite, le soir, après le dîner, on est allés au centre communal (je ne suis pas sûr si j’ai bien traduit ça…) afin d’y poursuivre la fête avec la population locale. On était tout déguisés (comme il faut lors du carnaval). Moi, j’étais un pilote. On s’est bien amusé. Le lendemain, on est rentrés à Liège.

Environ deux semaines plus tard, le 11 mars, c’était la journée ‘Découverte du patrimoine wallon’, organisée par le Pôle académique Liège-Luxembourg: une organisation qui rassemble les institutions d’enseignement supérieur de la province de Liège et du Luxembourg et qui a pour but premier d’informer, orienter, accompagner l’étudiant en mobilité et favoriser sa réussite. Cette journée était particulièrement organisée pour les étudiants étrangers de différents hautes écoles liégeoises et luxembourgeoises afin de les faire connaître encore davantage leur nouveau pays d’adoption. Trois activités étaient au programme: une visites des mines de Blegny, un repas de midi et puis une visite de la Chocolaterie Darcis à Verviers et pour bien terminer la journée une dégustation de bière à l’Abbaye de Val-Dieu à Aubel. Effectivement, toutes les trois des activités bien belges/wallonnes/liégeoises. Vous pouvez trouver quelques photos de cette journée réussie ci-dessus.

Niels

Semaine 3 & 4 / Week 3 en 4

(Voor Nederlands zie onder)

Bonjour à tous,

voici, avec un peu de retard, mon troisième article sur mon séjour à Liège. Un retard qui est notamment dû au fait que j’ai été très occupé (et suis encore, malheureusement) ces derniers temps. Je vous promets qu’à partir de la semaine prochaine, je publierai de nouveau un article par semaine.

Quoi qu’il en soit, les deux dernières semaines j’ai vécu tant de choses : j’ai commencé avec les cours du soir de français ainsi qu’avec l’assistanat de langue néerlandaise. Comme j’ai attendu les deux avec impatience, j’étais très heureux de les pouvoir commencer. Tout d’abord, les cours du soir. Je me suis retrouvé, comme je vous ai raconté dans mon dernier blogue,  dans le groupe C1 (pour ceux qui ne savent pas ce que c’est : http://www.delfdalf.fr/niveau-c1-du-cecr-cadre-europeen-commun-de-reference-pour-les-langues.html). Chaque semaine on a deux cours de deux heures, pendant lesquels on travaille sur nos compétences productives (orales et écrites). Je suis le seul étudiant d’une haute-école (tous les autres font des études universitaires), ce que veut dire que je dois travailler dur. Pourtant, je ne m’en plains pas du tout, au contraire : je suis très heureux d’être placé dans un groupe d’un (très) haut niveau, puisque ça me permet d’améliorer encore plus mon français. La prof est à la fois gentille et sévère (d’une bonne façon) : elle exige que nous soyons capable de structurer, résumer, synthétiser et argumenter de longues textes sur n’importe quel sujet. Ce sont des compétences sur lesquelles j’ai déjà travaillé au NHL (mon haute-école aux Pays-Bas), pendant les cours de FLE, donc ça facilite les choses un petit peu.

Puis l’assistanat de néerlandais, avec lequel j’ai donc aussi commencé. Cet assistanat consiste à aider l’enseignante de néerlandais pendant les cours qu’elle donne à des étudiants Wallons (qui n’ont donc pas le néerlandais comme leur langue maternelle). On a commencé le premier cours auquel j’ai assisté par un petit tour de présentation : les étudiants et moi nous sommes présentés l’un l’autre. Je leur ai raconté sur mes études, mes passe-temps préférés et la région d’où je viens. Ce qui m’a étonné, c’est qu’ils savaient très peu des Pays-Bas, alors que Liège se trouve seulement vingt kilomètres au sud de la frontière néerlandaise. Il y a donc encore beaucoup de choses que je peux leur apprendre. J Je pense que cette ignorance est surtout dû aux différences linguistiques et culturelles. Pourtant, ils sont (presque) tous avides d’apprendre le néerlandais. Les étudiants, à leur tour, m’ont parlé de leurs raisons de vouloir apprendre le néerlandais. Ces raisons étaient quelquefois bien différentes : d’un côté il y avait des phrases telles que ‘Je le trouve tout simplement une très belle langue’, ‘J’aurai plus de chances de trouver un boulot’ et ‘C’est une des deux langues principales en Belgique et c’est pour ça qu’il est important de l’apprendre’, de l’autre côté il y avait aussi des étudiants qui auraient mieux aimé choisir l’anglais. Nous avons aussi parlé des avantages que présentent apprendre des langues étrangères en général : ‘Ça facilite la communication (mutuelle)’, ‘Ça te permet davantage de voyager’ et ‘Ça facilite de trouver un boulot’ étaient quelques-unes des réponses qui ont été données. Un sujet important, puisque les étudiants doivent en faire une rédaction dans quelques semaines. Le reste du cours on a consacré à des expressions idiomatiques. Ceux qui me connaissent un petit peu savent que c’est un sujet que j’adore trop. Les étudiants devaient faire quelques exercices sur des expressions idiomatiques néerlandaises, plus précisément deviner ce qu’elles voulaient dire. Ce qui était marrant, c’est que quelques expressions sont littéralement traduisibles en néerlandais, alors que d’autres étaient complètement différentes.

Au final (une construction que notre prof de français nous interdit d’utiliser, parce que c’est ‘trop oral’) cette semaine. Cette semaine, je n’ai pas eu de cours ‘normaux’, en raison de la soi-disant ‘semaine internationale’. Pendant cette semaine, nous (ça veut dire étudiants Erasmus, étudiants ‘réguliers’ d’Helmo et étudiants néerlandais, autrichiens et espagnols (tous profs en formation) qui étaient ici pour une semaine) avons assisté à plusieurs activités qui touchent à la multiculturalité. La semaine commençait lundi avec quelques activités sympas pour faire connaissance. Puis, après le diner, on a fait un tour de ville. Malgré qu’il faisait mauvais, on s’est bien amusé. Le soir, on a savourer un bon repas typiquement liégéois : des boulets à la liégeois. Le reste de la semaine se tenait sous la signe de la multiculturalité : il y avait des activités consacrées à ce sujet, comme par exemple une découverte mutuelle des systèmes éducatifs et de la multiculturalité en Europe, une promenade philosophique, un atelier sur le concept de multiculturalité  (qu’est-ce que c’est exactement ?) et une présentation  de deux mesdames qui nous ont parlé de leur travail (elles travaillent avec des réfugiés mineurs non-accompagnés) et de leurs propres expériences. Pourtant, l’activité la plus chouette était l’atelier cuisine le mercredi : d’abord, on était divisé en groupes, puis chaque groupe a préparé quelque chose. Notre groupe avait fait des gaufres, les autres groupes entre autre des biscuits de chocolat. Après, on avait la possiblité de goûter toutes ces délicatesses. Vendredi on a terminé la semaine par une présentation de la semaine. Une semaine très réussie, à mon avis.

Dimanche prochain (probablement), je publierai  un nouvel article. À la prochaine,

 

Niels

 

Le souper de la semaine internationale (à gauche) et la dégustation de nos délicatesses fait maison (à droite) / Het diner van de internationale week (links) en de proeverij van onze zelfgemaakte delicatessen (rechts)

Hallo iedereen,

Bij dezen, met enige vertraging, mijn derde blog vanuit Luik. Ik heb het de afgelopen tijd erg druk (gehad), dus vandaar deze vertraging. Mijn welgemeende excuses daarvoor. Vanaf volgende week zal ik weer wekelijks een nieuwe blog plaatsen.

Hoe dan ook, de afgelopen twee week heb ik de nodige dingen meegemaakt: als eerste ben ik begonnen met zowel de avondlessen Frans als met het taalassistentschap Nederlands. Daar dit beide vakken zijn waar ik erg naar uitgekeken heb, was ik blij er (eindelijk) mee aan te kunnen vangen. Om met de lessen Frans te beginnen: ik zit, samen met een vijftiental andere studenten, in de C1-groep. Voor degenen die het nu in Keulen horen donderen, dit betekent het volgende: ‘’Kan een uitgebreid scala van veeleisende, lange teksten begrijpen en de impliciete betekenis herkennen. Kan zichzelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder daarvoor aantoonbaar naar uitdrukkingen te moeten zoeken. Kan flexibel en effectief met taal omgaan ten behoeve van sociale, academische en beroepsmatige doeleinden. Kan een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren en daarbij gebruikmaken van organisatorische structuren en verbindingswoorden’’.  Elke week hebben we twee lessen van twee uur, waarin we in een intensief tempo zullen werken aan onze mondelinge en schriftelijke productieve vaardigheden. Dat ik me in een groep van hoog niveau bevind heb ik gelijk geweten: ik ben de enige hogeschoolstudent in de klas (de anderen studeren allemaal aan de universiteit) en de docente van dienst zou, als ze net zo snel kon rennen als ze kan spreken, Usain Bolt met tien vingers in de neus verslaan op de honderd meter sprint. Bovendien liegen de onderwerpen die de revue passeren er geenszins om: de meest zware politieke en filosofische kost komt aan bod. Klagen doe ik echter allerminst, integendeel: ik ben erg blij in een groep geplaatst te zijn met enkel studenten die een (erg) hoog niveau hebben. Er wordt van ons verlangd dat we zowel mondeling als schriftelijk in staat zijn lange, ingewikkelde, academische teksten op kundige wijze te structuren, samen te vatten, te synthetiseren en te beargumenteren. Vaardigheden waaraan ik op de NHL tijdens de lessen FLE en tijdens toetsen al meermaals gewerkt heb, dus dat verlicht de ‘last’ (tussen aanhalingstekens, omdat ik het niet echt als last ervaar) gelukkig enigszins.

Dan het taalassistentschap Nederlands, waarmee ik vorige week donderdag begonnen ben. Dit assistentschap houdt in dat ik, zoals de naam al aangeeft, de docente Nederlands assisteer tijdens de lessen die zij geeft aan Waalse studenten (die het Nederlands dus niet als moedertaal hebben).  De eerste les waarbij ik aanwezig was begon met een korte voorstelronde: de studenten stelden zich aan mij voor en ik aan hen. Ik vertelde ze onder andere over mijn studie, mijn hobby’s en de regio waar ik vandaan kom. Het opvallende hierbij was dat maar weinig studenten het nodige over Nederland wisten, laat staan over Noord-Nederland (van Groningen en Leeuwarden had niemand ooit gehoord). Dit terwijl Luik zich slechts twintig kilometer ten zuiden van de Nederlandse grens bevindt. Persoonlijk denk ik dat deze onwetendheid (die wij op onze beurt ook hebben over Wallonië) hoofdzakelijk te maken heeft met het taal- en cultuurverschil. De studenten stelden zich vervolgens ook aan mij voor. Ze vertelden onder andere over hun motivatie om Nederlands te gaan leren. Deze verschilde soms van persoon tot persoon: sommigen vinden het Nederlands ‘gewoon een mooie taal’,  anderen vinden het belangrijk om Nederlands te gaan studeren omdat het een van de twee belangrijkste talen van België is, weer anderen verklaarden dat een goede beheersing van het Nederlands de kans op het vinden van een baan aanzienlijk vergroot, terwijl er ook studenten bij waren die liever Engels gekozen hadden, maar voor wie dit echter geen optie was. Desondanks waren ze (bijna) allemaal erg leergierig en enthousiast. Verder hebben we nog gesproken over het nut van het leren van vreemde talen en hier gezamenlijk een woordweb van gemaakt. Dit omdat de studenten binnenkort een opstel over dit onderwerp in moeten leveren. ‘Bevordert onderlinge communicatie’, ‘geeft je de mogelijkheid om te reizen’ en ‘maakt het makkelijker om een baan te vinden’ waren enkele antwoorden die de revue passeerden. De rest van de les hebben we tenslotte besteed aan het onderwerp ‘Nederlandse spreekwoorden’. Degenen die mij een beetje kennen weten dat ik me met betrekking tot dit onderwerp als een vis in het water voel. Ik vond het dan ook erg leuk om hier samen met de studenten mee bezig te zijn. Ze moesten enkele opdrachten maken over spreekwoorden, waarbij ze bijvoorbeeld (uit de context) de betekenis ervan moesten raden. Het grappige was dat enerzijds sommige spreekwoorden letterlijk te vertalen waren (‘Het kind met het badwater weggooien’ -> Jeter l’enfant avec l’eau du bain’), terwijl andere wezenlijk verschilden (‘Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’ -> ‘La semaine de quatre jeudis’ (‘de week van vier donderdagen’). Zo waren het niet alleen de studenten die iets leerden, maar ikzelf ook.

Vervolgens afgelopen week. Een week waarin ik geen normale lessen had: het was namelijk ‘La semaine internationale’ hier op school. Dit houdt in dat er Nederlandse, Oostenrijkse en Spaanse studenten van lerarenopleidingen (zowel lager als voortgezet onderwijs) voor een week naar Luik gekomen zijn om deel te nemen aan allerlei activiteiten die te maken hebben met multiculturaliteit. Wij als Erasmusstudenten namen ook deel aan deze week, alsmede enkele reguliere Belgische studenten van HELMo (de school waaraan ik studeer). De week begon op maandag met ’s ochtends enkele activiteiten om elkaar (beter) te leren kennen en een presentatie over verschillende schoolsystemen in Europa, om vervolgens ’s middags, na het diner (wat in België, in tegenstelling tot in Frankrijk, het middageten betekent), een stadswandeling door Luik te hebben. Ondanks dat het weer (net als de rest van de week overigens) bar en boos was, mocht dit de pret niet drukken. ’s Avonds hebben we ons tenslotte gelaafd aan een heerlijke ‘boulets à la liégeoise’, een streekgerecht van gehaktballen (geblust met azijn) en daarbij geserveerd patat en salade. De overige dagen stonden in het teken van verschillende activiteiten met betrekking tot het begrip multiculturaliteit: zo hadden we op dinsdag een zogeheten ‘filosofische wandeling’ en hadden we ateliers en presentaties over het concept ‘multiculturaliteit’ (Wat is het precies?) en over het werken van vluchtelingen: twee dames van vluchtelingenwerk kwamen ons vertellen over hun werk en hun ervaringen. Al met al was het allemaal erg leerzaam. De leukste activiteit, echter, vond woensdag plaats. Die dag hadden we ‘s middags een kookcursus onder leiding van een kookdocent en enkele studenten. We werden in groepen onderverdeeld en iedere groep kreeg als taak een bepaalde lekkernij te fabriceren. Zo heeft onze groep wafels gemaakt, terwijl andere groepen bijvoorbeeld chocoladekoekjes maakten. Na deze cursus hadden we uiteraard de mogelijkheid om van dit lekkers te proeven. Vrijdag hebben we de week afgesloten met enkele groepspresentaties over deze geslaagde week.

Volgende week zondag zal ik (als het goed is) mijn volgende blogartikel publiceren.Tot dan.

Niels

Semaine 2 / Week 2

(Voor Nederlands zie onder)

Bonjour à tous,

Je me souviens bien qu’il y a quelques mois, quand je disais à mon entourage que je voulais bien effecteur mon séjour Érasmus à Liège,  quelques-uns parmi eux étaient assez surpris.  ‘Pourquoi Liège ?’ ‘Pourquoi la Belgique et pas la France ?’, voilà deux exemples de questions qui m’ont été posées. Effectivement, à part Liège j’avais également le choix d’aller faire mon Érasmus en France (par exemple à Lille, Orléans ou à Rennes). Pourtant, j’ai décidé de le faire en Belgique pour plusieurs raisons : d’abord, j’ai déjà été de nombreuses fois en France, dans presque tous les coins du pays. Par contre, la Belgique, sauf une semaine à Bruxelles l’an dernier et un long week-end à Hasselt il y a douze ans, je l’ai seulement traversé en route vers la France.

Ensuite, des arguments pratiques ont aussi joué un rôle important : Liège se trouve à peu près vingt kilomètres au sud de la frontière avec les Pays-Bas, ce que veut dire que, si je voudrais inviter des amis ou de la famille de me rendre visite ici (ou si je voudrais rentrer chez moi), c’est plus pratique que si j’aurais été en France. D’ailleurs, je n’envisage de rentrer qu’une seule fois chez moi pendant mon séjour ici, à savoir les deux premières semaines d’avril (les vacances de printemps). Ça c’est pas seulement parce que je m’amuse bien ici, mais aussi parce que je suis tout simplement très occupé : j’ai des cours (presque) tous les jours de la semaine et à part cela, je dois aussi encore faire des choses pour mon haute-école aux Pays-Bas. Si ce serait cependant pour n’importe quelle raison nécessaire de rentrer chez moi, je serai là dans cinq heures.

Une troisième raison pour laquelle j’ai choisi Liège, c’est que la ville et ses environs ne sont pas si moches que nous, aux Pays-Bas, souvent pensons. Il y a bien entendu des quartiers moins agréables, où il y a beaucoup de pauvreté mais bon, il y a des quartiers comme ça dans presque toutes les grandes villes. Au niveau des environs, il y a d’un côté de l’industrie lourde, mais de l’autre côté également de très belles villes à proximité, telles que Maestricht et Aix-la-Chapelle, sans oublier les Ardennes. À mon avis, cet image de Liège (ou de Wallonie en général) existe surtout parce que c’est une ville (et une région) mal connue chez nous : il n’y pas mal de Néerlandais qui pensent que tous les Belges parlent le néerlandais, qui sont surpris quand on ne leur répond pas en néerlandais à (par exemple) Liège, Namur, Charleroi ou Mons et qui appellent le (l’accent) flamand ‘le belge’ (je ne rigole pas). La dernière raison (mais pas la moins importante) pour laquelle j’ai choisi Liège, c’est parce que la haute-école où je suis mes cours est hautement apprécié.

Sur ce dernier point, je suis très content avec les cours que je suis ici. Comme je vous ai dit dans le dernier blogue, j’ai les matières ‘Didactique de la lecture’, ‘Didactique de l’écriture’, ‘Littérature’ et ‘Littérature de jeunesse’ ici et en plus je vais aller enseigner le néerlandais langue étrangère à des étudiants wallons. Cette semaine, j’ai encore ajouté une matière, à savoir ‘Didactique du FLE’. Je suis très heureux que je pouvais encore ajouter cette matière à mon emploi du temps, puisqu’on y apprend des choses qu’on peut utiliser en classe.  En plus, le prof est (comme tous les autres) très gentil et il s’intéressait vraiment à moi et les autres étudiants Érasmus. Concernant les autres matières, je n’ai rien à me plaindre non plus : en cours de ‘Didactique de l’écriture’ par exemple, il faut qu’on écrive notre propre polar. Écrire une histoire en néerlandais est déjà difficile et ça vaut évidemment encore davantage en français : ça pourrait être bien vrai que je maîtrise la langue déjà assez bien, ce ne sera jamais ma langue maternelle. Quoi qu’il en soit, malgré les difficultés que je rencontre quelquefois, je trouve toutes les matières très intéressantes.

En ce qui concerne la maîtrise du français, presque tous les étudiants Érasmus (y compris moi) ont dû faire un test diagnostique (oral ainsi qu’écrit) la semaine passée à l’université de Liège, qui avait pour but de tester nos compétences en français. En fonction des résultats, ils nous ont mis dans des groupes de niveaux, allant de débutants à experts. Moi j’ai été mis dans le groupe C1, ça veut dire les ‘experts’. Je suis très content parce que ça me permet d’améliorer encore plus mon français dans un groupe dans lequel tous les étudiants ont un très bon niveau de français. Ces cours commenceront mardi prochain (j’en aurai deux (de deux heures) par semaine) et je m’y réjouis déjà.

À part les études, tout le reste se passe également bien. Ce matin (et dimanche dernier), j’ai fréquenté le marché de la Batte, le plus grand et le plus ancien marché de Belgique. C’était très sympa. En outre, j’ai participé à quelques activités organisées spécialement pour les étudiants Érasmus. Sur ce dernier point, je choisis soigneusement à quelles activités je participe et à quelles je ne participe pas. Chaque semaine, plusieurs activités sont organisées pour les étudiants Érasmus et c’est évidemment attrayant de participer à toutes ces activités, mais il faut aussi (nous Néerlandais adorent faire des économies) faire attention au porte-monnaie. Par contre, je me suis inscrit cette semaine à la journée ‘Découverte du patrimoine wallon’, qui aura lieu le 11 mars. Ce jour-là, on (des étudiants Érasmus) va visiter les mines de Blégny et une chocolaterie et un brasseur de bière à Verviers.

Pour finir, j’ai ajouté quelques photos (comme je vous ai promis la dernière fois),

Dimanche prochain je publierai mon prochain blogue.

À la prochaine,

Niels

Hallo iedereen,

Ik kan me nog goed herinneren dat ik, toen ik enige maanden geleden mijn omgeving kenbaar maakte dat ik voor mijn buitenlandverblijf graag naar Luik wilde, op de nodige gefronste wenkbrauwen stuitte: ‘Waarom Luik?’, ‘Waarom België en niet Frankrijk?’ waren enkele van de vragen die ik voor de voeten geworpen kreeg. Nu is het inderdaad zo dat ik voor mijn buitenlandverblijf, naast Luik, tevens de keuze had uit meerdere steden in Frankrijk. Ik heb echter voor België/Luik gekozen voor meerdere redenen: allereerst ben ik in mijn leven tot nu toe een stuk vaker in Frankrijk geweest dan in België, dat ik hoofdzakelijk (op een week in Brussel en een lang weekeinde in Hasselt na) slechts doorkruist heb op weg naar Frankrijk. Verder hebben eveneens praktische redenen een belangrijke rol gespeeld in mijn besluit: Luik bevindt zich ongeveer twintig kilometer vanaf de Nederlandse grens en is daarmee uiteraard een stuk dichterbij dan de meeste steden in Frankrijk: handig uiteraard voor als ik hier eens mensen wil uitnodigen of zelf (even) naar huis wil. Dit laatste ben ik overigens, op de eerste twee week van april na (dan is het hier voorjaarsvakantie), niet van plan. Dat is overigens niet alleen omdat ik het hier prima naar mijn zin heb, maar ook omdat ik er simpelweg de tijd niet voor heb: normaliter heb ik (bijna) alle dagen van de week les. Mocht het echter om wat voor reden dan ook noodzakelijk zijn, ben ik er binnen vijf uur met de trein. Een derde reden is dat de stad Luik en de regio (lang) niet zo lelijk zijn als men bij ons in Nederland vaak denkt. Natuurlijk zijn er ook hier minder plezierige multiculturele achterstandswijken waar de armoede welig tiert (maar goed, in welke grote stad heb je dat niet?) en staan Luik en haar voorsteden bekend om haar sombere, zware industrie, maar het doet de stad en haar regio naar mijn mening geen recht om enkel de minder fraaie aspecten ervan te benadrukken: zo kent Luik een modern centrum met tientallen, zo niet honderden winkels en bevinden steden als Maastricht en Aken, maar ook de Ardennen zich op een steenworp afstand. Ik denk dat het negatieve imago van Luik en Wallonië in het algemeen in Nederland hoofdzakelijk te wijten is aan het feit dat men deze stad en regio eigenlijk nauwelijks kent: veel Nederlanders denken dat alle Belgen Nederlands [raten en zijn verbaasd als ze in bijvoorbeeld Luik, Charleroi, Namen of Bergen een winkel binnenstappen waar ze als een gekkie worden aangekeken wanneer ze in het Nederlands beginnen. Onbekend maakt onbemind, zullen we maar zeggen. Als laatste, maar daarom niet belangrijke reden, staat de hogeschool aan welke ik hier studeer erg goed aangeschreven.

Wat dat laatste betreft ben ik ook erg blij met de vakken die ik hier volg. Zoals ik in de vorige blog al verteld heb volg ik de vakken ‘Didactique de la lecture’, ‘Didactique de l’écriture’, ‘Littérature’, ‘Littérature de jeunesse’ en zal ik hier eveneens Nederlands als vreemde taal gaan doceren aan Waalse studenten. Aan dit rijtje vakken is deze week nog een vak toegevoegd: ‘Didactique du FLE’, oftewel de didactiek van het Frans als vreemde taal. Ik ben erg blij dat ik dit vak nog heb kunnen kiezen: er worden ons handvatten aangereikt die we in de lespraktijk in kunnen zetten en het vak sluit erg goed aan op de lessen FLE die ik op de NHL gehad heb. Verder is de docent, net als alle andere overigens, erg aardig en betrok hij mij en de andere Erasmusstudenten actief bij de les. Wat betreft de andere vakken heb ik ook niets te klagen: bij ‘Didactique de l’écriture’ bijvoorbeeld hebben we de opdracht gekregen om zelf een politieroman te schrijven. Nu vind ik het schrijven van een verhaal in het Nederlands al lastig, laat staan in het Frans; die taal mag ik dan goed beheersen, het zal natuurlijk nooit mijn moedertaal worden. Hoe dan ook, los van dat het niet allemaal altijd even makkelijk is, vind ik het dus wel erg interessant.

Over die ‘goede beheersing’ van het Frans: afgelopen week heb ik, net als de meeste andere Erasmusstudenten, hier op de universiteit een mondeling en schriftelijk diagnostisch examen moeten afleggen die als doel hadden het niveau van het Frans te toetsen. Op basis van de resultaten, die we vrijdag kregen, zijn de studenten in niveaugroepen geplaatst, van A1 (absolute beginners) tot C1 (vergevorderden). Ik bevind me in de laatste groep en daar ben ik heel erg blij mee: het geeft mij de mogelijkheid om mijn Frans nog meer te verbeteren temidden van studenten die eveneens allemaal een hoog niveau hebben. Deze lessen (ik zal twee avonden twee uur per week Frans hebben) beginnen aanstaande dinsdag. Ik kijk er al erg naar uit.

Op het ‘niet-studeervlak’ gaat het hier verder ook prima: vanochtend en afgelopen zondag heb ik de wekelijkse ‘Marché de la Batte’ bezocht (de grootste en oudste markt van België), heb ik afgelopen maandag mijn eerste was gedraaid bij de wasserette hier in de buurt (dit had aanvankelijk enige voeten in de aarde, maar gelukkig is alles uiteindelijk gelukt) en heb ik tevens deelgenomen aan enkele activiteiten met andere Erasmusstudenten. Betreffende dit laatste kies ik de activiteiten zorgvuldig uit. Er worden hier wekelijks meerdere activiteiten georganiseerd voor Erasmusstudenten en het is uiteraard aanlokkelijk om aan zoveel mogelijk deel te nemen maar ik moet, zuinige Nederlander als ik ben, ook enigszins op mijn beurs letten. Verder dient er uiteraard ook nog gewoon gestudeerd te worden. Wel heb ik me deze week ingeschreven voor de ‘Dag van het Waals erfgoed’, dat plaats zal vinden op 11 maart. Die dag gaan we (Erasmusstudenten) de mijnen van Blégny bezoeken alsmede een chocolaterie en een bierbrouwerij in Verviers.

Ter afsluiting heb ik, zoals ik vorige week beloofd heb, enkele foto’s bijgevoegd. Volgende week zondag zal ik (normaalgesproken) mijn derde blog plaatsen.

Tot dan,

Niels

Semaine 1 / Week 1

(Voor Nederlands zie onder)

Aujourd’hui, on est le 4 février et demain ça fera une semaine que je suis à Liège.

Dimanche dernier, vers 14 :30h, je suis donc arrivé dans ‘La Cité Ardente’ (le surnom de la ville de Liège) après un voyage en train d’environ cinq heures. Ma mère était venue avec moi, entre autres pour m’aider à apporter toutes mes choses. J’habite dans une belle maison près de la haute école (environ cinq minutes à pied) chez une professeur qui enseigne elle-même à cette haute-école. Elle habite elle-même aux étages supérieures avec sa famille, alors que moi je partage le rez de chaussée avec une étudiante tchèque. Après avoir défait les valises (qui étaient trop lourdes, j’étais donc très heureux que ma mère m’a aidé), ma mère et moi nous sommes allés dans le centre-ville pour y consacrer le reste de l’après-midi. Vers 17:30, j’ai emmené ma mère à la gare de Liège-Guillemens pour lui dire au revoir.

Lundi et mardi, j’ai fait la connaissance des autres étudiants Érasmus. Ils étaient tous très sympas. Le groupe est assez petit, mais très mêlé : les étudiants viennent de la Belgique, de l’Autriche, de la République tchèque, de la Suisse, du Portugal et de la Moldavie. Ils parlent tous (assez) bien le français, ce qui était un assez grand soulagement pour moi : j’avais un petit peu peur que je devais parler en anglais, ce qui n’est pas mon passe-temps préféré ni ma plus grande qualité. Pendant ces deux premiers jours, on a appris à se connaître pendant plusieurs activités, comme par exemple une balade dans la ville de Liège. Mardi, on a également reçu nos emplois du temps. Moi, je fais l’orientation secondaire (sous-section français et français langue étrangère). J’ai de différentes matières, comme la didactique de la lecture, la didactique de l’écriture, la littérature et la littérature de jeunesse. En plus, je vais aussi enseigner le néerlandais langue étrangère ici. Je suis très curieux comment ça va se passer, vu qu’il y a aussi des étudiants qui parlent aucun mot néerlandais.

Mercredi, j’ai eu mes premiers cours : la didactique de l’écriture et la didactique de la lecture. Malheureusement, j’étais tombé malade la veille, mais j’y suis allé quand même puisque je ne voulais bien entendu pas rater les deux premiers cours. Les professeurs étaient sympas et les cours étaient intéressants. J’ai déjà plein de devoirs pour la semaine à venir. Le reste du mercredi je me suis reposé, parce que j’en avais vraiment besoin.

Jeudi, ça allait déjà mieux, heureusement. Je n’avais pas de cours, donc je me suis encore reposé en faisant une promenade dans la ville. Le soir, je suis sorti avec quelques autres étudiants Érasmus : on est allé boire un verre et c’était sympa. On a aussi rencontré d’autres étudiants Érasmus qui font leur études dans d’autres haute-écoles ou universités à Liège.

Vendredi, je n’avais qu’un cours (littérature) et après un rendez-vous avec l’enseignante de néerlandais afin de déjà faire connaissance. Le soir, je suis de nouveau sorti avec d’autres étudiants Érasmus. Nous sommes allés à la maison du Péket, où on a dégusté du Péket, un boisson typiquement wallon à base de genièvre.

Aujourd’hui, pour conclure, une visite de musée de la vie wallonne était au programme.  Tout d’abord on a assisté à un spectacle de marionnettes et puis on a eu une visite guidée dans la musée. Normalement je n’aime pas trop les musées mais celui-ci m’a beaucoup plu.

Dimanche prochain, je vais publier mon prochain blogue. À la prochaine.

————————————————————————–

Het is vandaag 4 februari en morgen is het een week geleden dat ik aangekomen ben in Luik.

Afgelopen zondag, rond 14:30, ben ik dus aangekomen in ‘De Vurige Stede’ (de bijnaam van Luik) na een treinreis van ongeveer vijf uur. Mijn moeder was meegekomen, onder andere om me te helpen met mijn spullen. In Luik woon ik in een mooi statig huis, op slechts vijf minuten loopafstand van de school, dat eigendom is van een docente aan de school waar ik dit semester ga studeren: de Haute École Libre Mosane. Zij woont zelf met haar gezin op de bovenste verdiepingen, terwijl ik samen met een andere Erasmusstudente uit Tsjechië de begane grond deel. Na samen met mijn moeder de koffers uitgepakt te hebben zijn we voor de rest van de middag de stad in geweest. Rond 17:30 heb ik haar teruggebracht naar het station om haar aldaar op de trein zetten.

Maandag en dinsdag heb ik kennisgemaakt met de andere Erasmusstudenten van de hogeschool, die stuk voor stuk erg aardig zijn. Het is een gemêleerde groep: er zijn studenten bij uit België, Oostenrijk, Tsjechië, Zwitserland, Portugal en Moldavië. Ze praten allemaal redelijk tot goed Frans, wat een behoorlijke opluchting voor mij was gezien ik van tevoren een beetje bang was dat ik veel in het Engels moest gaan spreken, wat noch mijn grootste hobby noch mijn grootste kwaliteit is. Gedurende deze eerste twee dagen hebben we elkaar leren kennen tijdens verschillende activiteiten zoals een stadswandeling door Luik. Dinsdag was de dag dat we administratieve zaken moesten regelen en dat we onze roosters kregen. Ik heb gekozen voor de richting voortgezet onderwijs met als zijrichting Frans (als vreemde taal). Perfect aansluitend op mijn studie aan de NHL dus. De vakken die ik heb zijn leesvaardigheidsdidactiek, schrijfvaardigheidsdidactiek, literatuur en jeugdliteratuur. Verder staat er ook nog een vak over het Belgische schoolsysteem (inclusief een drie week durende observatiestage) op het programma en ga ik hier tevens Nederlands als vreemde taal geven aan Belgische studenten van wie het Nederlands niet hun moedertaal is. Ik ben erg benieuwd naar hoe dat zal zijn, aangezien er tussen de studenten zich ook enkelen bevinden die nauwelijks tot niet Nederlands spreken.

Woensdag heb ik mijn eerste twee lessen gehad: leesvaardigheidsdidactiek en schrijfvaardigheidsdidactiek. Helaas was ik in de loop van dinsdag ziek geworden (niet bepaald een goed begin van het Erasmusverblijf…), maar ik ben desalniettemin toch naar school gedaan omdat ik de eerste ‘echte’ lesdag niet wilde missen. De leraren waren aardig en de stof was erg interessant. Ik heb ook al het nodige huiswerk opgegeven gekregen voor de komende week. De rest van de woensdag heb ik uitgerust en ’s avonds ben ik vroeg gaan slapen.

Donderdag ging het gelukkig al enigszins beter. Deze dag had ik geen lessen, dus ik heb nog wat uitgerust en wat door de stad gewandeld. ’s Avonds ben ik ‘uitgegaan’ met enkele andere Erasmusstudenten: we zijn onder andere wat gaan drinken. We hebben verder ook nog andere studenten ontmoet die hun Erasmus doen aan de andere hogescholen en universiteiten van Luik.

Vrijdag had ik slechts één les (literatuur) en een afspraak met de docente Nederlands om alvast kennis te maken. ’s Avonds ben ik opnieuw ‘uitgegaan’ met enkele andere Erasmusstudenten. We zijn naar ‘La maison du Péket’ geweest, waar we ons de péket (een typisch Waalse drank op basis van jenever) goed hebben laten smaken.

Vandaag, tenslotte, stond er een bezoek aan ‘Le musée de la vie wallonne’ op het programma. Allereerst hebben we daar een marionettenvoorstelling bijgewoond (te vergelijken met Jan Klaassen en Katrijn in Nederland, alleen dan met grote marionetten in plaats van kleine handpoppen) en vervolgens hebben we een rondleiding door de rest van het museum gehad. Normaliter houd ik niet erg van museum, maar deze was erg leuk om te bezoeken.

Volgende week zondag zal ik mijn volgende blog plaatsen. Tot dan.