Semaine 2 / Week 2

(Voor Nederlands zie onder)

Bonjour à tous,

Je me souviens bien qu’il y a quelques mois, quand je disais à mon entourage que je voulais bien effecteur mon séjour Érasmus à Liège,  quelques-uns parmi eux étaient assez surpris.  ‘Pourquoi Liège ?’ ‘Pourquoi la Belgique et pas la France ?’, voilà deux exemples de questions qui m’ont été posées. Effectivement, à part Liège j’avais également le choix d’aller faire mon Érasmus en France (par exemple à Lille, Orléans ou à Rennes). Pourtant, j’ai décidé de le faire en Belgique pour plusieurs raisons : d’abord, j’ai déjà été de nombreuses fois en France, dans presque tous les coins du pays. Par contre, la Belgique, sauf une semaine à Bruxelles l’an dernier et un long week-end à Hasselt il y a douze ans, je l’ai seulement traversé en route vers la France.

Ensuite, des arguments pratiques ont aussi joué un rôle important : Liège se trouve à peu près vingt kilomètres au sud de la frontière avec les Pays-Bas, ce que veut dire que, si je voudrais inviter des amis ou de la famille de me rendre visite ici (ou si je voudrais rentrer chez moi), c’est plus pratique que si j’aurais été en France. D’ailleurs, je n’envisage de rentrer qu’une seule fois chez moi pendant mon séjour ici, à savoir les deux premières semaines d’avril (les vacances de printemps). Ça c’est pas seulement parce que je m’amuse bien ici, mais aussi parce que je suis tout simplement très occupé : j’ai des cours (presque) tous les jours de la semaine et à part cela, je dois aussi encore faire des choses pour mon haute-école aux Pays-Bas. Si ce serait cependant pour n’importe quelle raison nécessaire de rentrer chez moi, je serai là dans cinq heures.

Une troisième raison pour laquelle j’ai choisi Liège, c’est que la ville et ses environs ne sont pas si moches que nous, aux Pays-Bas, souvent pensons. Il y a bien entendu des quartiers moins agréables, où il y a beaucoup de pauvreté mais bon, il y a des quartiers comme ça dans presque toutes les grandes villes. Au niveau des environs, il y a d’un côté de l’industrie lourde, mais de l’autre côté également de très belles villes à proximité, telles que Maestricht et Aix-la-Chapelle, sans oublier les Ardennes. À mon avis, cet image de Liège (ou de Wallonie en général) existe surtout parce que c’est une ville (et une région) mal connue chez nous : il n’y pas mal de Néerlandais qui pensent que tous les Belges parlent le néerlandais, qui sont surpris quand on ne leur répond pas en néerlandais à (par exemple) Liège, Namur, Charleroi ou Mons et qui appellent le (l’accent) flamand ‘le belge’ (je ne rigole pas). La dernière raison (mais pas la moins importante) pour laquelle j’ai choisi Liège, c’est parce que la haute-école où je suis mes cours est hautement apprécié.

Sur ce dernier point, je suis très content avec les cours que je suis ici. Comme je vous ai dit dans le dernier blogue, j’ai les matières ‘Didactique de la lecture’, ‘Didactique de l’écriture’, ‘Littérature’ et ‘Littérature de jeunesse’ ici et en plus je vais aller enseigner le néerlandais langue étrangère à des étudiants wallons. Cette semaine, j’ai encore ajouté une matière, à savoir ‘Didactique du FLE’. Je suis très heureux que je pouvais encore ajouter cette matière à mon emploi du temps, puisqu’on y apprend des choses qu’on peut utiliser en classe.  En plus, le prof est (comme tous les autres) très gentil et il s’intéressait vraiment à moi et les autres étudiants Érasmus. Concernant les autres matières, je n’ai rien à me plaindre non plus : en cours de ‘Didactique de l’écriture’ par exemple, il faut qu’on écrive notre propre polar. Écrire une histoire en néerlandais est déjà difficile et ça vaut évidemment encore davantage en français : ça pourrait être bien vrai que je maîtrise la langue déjà assez bien, ce ne sera jamais ma langue maternelle. Quoi qu’il en soit, malgré les difficultés que je rencontre quelquefois, je trouve toutes les matières très intéressantes.

En ce qui concerne la maîtrise du français, presque tous les étudiants Érasmus (y compris moi) ont dû faire un test diagnostique (oral ainsi qu’écrit) la semaine passée à l’université de Liège, qui avait pour but de tester nos compétences en français. En fonction des résultats, ils nous ont mis dans des groupes de niveaux, allant de débutants à experts. Moi j’ai été mis dans le groupe C1, ça veut dire les ‘experts’. Je suis très content parce que ça me permet d’améliorer encore plus mon français dans un groupe dans lequel tous les étudiants ont un très bon niveau de français. Ces cours commenceront mardi prochain (j’en aurai deux (de deux heures) par semaine) et je m’y réjouis déjà.

À part les études, tout le reste se passe également bien. Ce matin (et dimanche dernier), j’ai fréquenté le marché de la Batte, le plus grand et le plus ancien marché de Belgique. C’était très sympa. En outre, j’ai participé à quelques activités organisées spécialement pour les étudiants Érasmus. Sur ce dernier point, je choisis soigneusement à quelles activités je participe et à quelles je ne participe pas. Chaque semaine, plusieurs activités sont organisées pour les étudiants Érasmus et c’est évidemment attrayant de participer à toutes ces activités, mais il faut aussi (nous Néerlandais adorent faire des économies) faire attention au porte-monnaie. Par contre, je me suis inscrit cette semaine à la journée ‘Découverte du patrimoine wallon’, qui aura lieu le 11 mars. Ce jour-là, on (des étudiants Érasmus) va visiter les mines de Blégny et une chocolaterie et un brasseur de bière à Verviers.

Pour finir, j’ai ajouté quelques photos (comme je vous ai promis la dernière fois),

Dimanche prochain je publierai mon prochain blogue.

À la prochaine,

Niels

Hallo iedereen,

Ik kan me nog goed herinneren dat ik, toen ik enige maanden geleden mijn omgeving kenbaar maakte dat ik voor mijn buitenlandverblijf graag naar Luik wilde, op de nodige gefronste wenkbrauwen stuitte: ‘Waarom Luik?’, ‘Waarom België en niet Frankrijk?’ waren enkele van de vragen die ik voor de voeten geworpen kreeg. Nu is het inderdaad zo dat ik voor mijn buitenlandverblijf, naast Luik, tevens de keuze had uit meerdere steden in Frankrijk. Ik heb echter voor België/Luik gekozen voor meerdere redenen: allereerst ben ik in mijn leven tot nu toe een stuk vaker in Frankrijk geweest dan in België, dat ik hoofdzakelijk (op een week in Brussel en een lang weekeinde in Hasselt na) slechts doorkruist heb op weg naar Frankrijk. Verder hebben eveneens praktische redenen een belangrijke rol gespeeld in mijn besluit: Luik bevindt zich ongeveer twintig kilometer vanaf de Nederlandse grens en is daarmee uiteraard een stuk dichterbij dan de meeste steden in Frankrijk: handig uiteraard voor als ik hier eens mensen wil uitnodigen of zelf (even) naar huis wil. Dit laatste ben ik overigens, op de eerste twee week van april na (dan is het hier voorjaarsvakantie), niet van plan. Dat is overigens niet alleen omdat ik het hier prima naar mijn zin heb, maar ook omdat ik er simpelweg de tijd niet voor heb: normaliter heb ik (bijna) alle dagen van de week les. Mocht het echter om wat voor reden dan ook noodzakelijk zijn, ben ik er binnen vijf uur met de trein. Een derde reden is dat de stad Luik en de regio (lang) niet zo lelijk zijn als men bij ons in Nederland vaak denkt. Natuurlijk zijn er ook hier minder plezierige multiculturele achterstandswijken waar de armoede welig tiert (maar goed, in welke grote stad heb je dat niet?) en staan Luik en haar voorsteden bekend om haar sombere, zware industrie, maar het doet de stad en haar regio naar mijn mening geen recht om enkel de minder fraaie aspecten ervan te benadrukken: zo kent Luik een modern centrum met tientallen, zo niet honderden winkels en bevinden steden als Maastricht en Aken, maar ook de Ardennen zich op een steenworp afstand. Ik denk dat het negatieve imago van Luik en Wallonië in het algemeen in Nederland hoofdzakelijk te wijten is aan het feit dat men deze stad en regio eigenlijk nauwelijks kent: veel Nederlanders denken dat alle Belgen Nederlands [raten en zijn verbaasd als ze in bijvoorbeeld Luik, Charleroi, Namen of Bergen een winkel binnenstappen waar ze als een gekkie worden aangekeken wanneer ze in het Nederlands beginnen. Onbekend maakt onbemind, zullen we maar zeggen. Als laatste, maar daarom niet belangrijke reden, staat de hogeschool aan welke ik hier studeer erg goed aangeschreven.

Wat dat laatste betreft ben ik ook erg blij met de vakken die ik hier volg. Zoals ik in de vorige blog al verteld heb volg ik de vakken ‘Didactique de la lecture’, ‘Didactique de l’écriture’, ‘Littérature’, ‘Littérature de jeunesse’ en zal ik hier eveneens Nederlands als vreemde taal gaan doceren aan Waalse studenten. Aan dit rijtje vakken is deze week nog een vak toegevoegd: ‘Didactique du FLE’, oftewel de didactiek van het Frans als vreemde taal. Ik ben erg blij dat ik dit vak nog heb kunnen kiezen: er worden ons handvatten aangereikt die we in de lespraktijk in kunnen zetten en het vak sluit erg goed aan op de lessen FLE die ik op de NHL gehad heb. Verder is de docent, net als alle andere overigens, erg aardig en betrok hij mij en de andere Erasmusstudenten actief bij de les. Wat betreft de andere vakken heb ik ook niets te klagen: bij ‘Didactique de l’écriture’ bijvoorbeeld hebben we de opdracht gekregen om zelf een politieroman te schrijven. Nu vind ik het schrijven van een verhaal in het Nederlands al lastig, laat staan in het Frans; die taal mag ik dan goed beheersen, het zal natuurlijk nooit mijn moedertaal worden. Hoe dan ook, los van dat het niet allemaal altijd even makkelijk is, vind ik het dus wel erg interessant.

Over die ‘goede beheersing’ van het Frans: afgelopen week heb ik, net als de meeste andere Erasmusstudenten, hier op de universiteit een mondeling en schriftelijk diagnostisch examen moeten afleggen die als doel hadden het niveau van het Frans te toetsen. Op basis van de resultaten, die we vrijdag kregen, zijn de studenten in niveaugroepen geplaatst, van A1 (absolute beginners) tot C1 (vergevorderden). Ik bevind me in de laatste groep en daar ben ik heel erg blij mee: het geeft mij de mogelijkheid om mijn Frans nog meer te verbeteren temidden van studenten die eveneens allemaal een hoog niveau hebben. Deze lessen (ik zal twee avonden twee uur per week Frans hebben) beginnen aanstaande dinsdag. Ik kijk er al erg naar uit.

Op het ‘niet-studeervlak’ gaat het hier verder ook prima: vanochtend en afgelopen zondag heb ik de wekelijkse ‘Marché de la Batte’ bezocht (de grootste en oudste markt van België), heb ik afgelopen maandag mijn eerste was gedraaid bij de wasserette hier in de buurt (dit had aanvankelijk enige voeten in de aarde, maar gelukkig is alles uiteindelijk gelukt) en heb ik tevens deelgenomen aan enkele activiteiten met andere Erasmusstudenten. Betreffende dit laatste kies ik de activiteiten zorgvuldig uit. Er worden hier wekelijks meerdere activiteiten georganiseerd voor Erasmusstudenten en het is uiteraard aanlokkelijk om aan zoveel mogelijk deel te nemen maar ik moet, zuinige Nederlander als ik ben, ook enigszins op mijn beurs letten. Verder dient er uiteraard ook nog gewoon gestudeerd te worden. Wel heb ik me deze week ingeschreven voor de ‘Dag van het Waals erfgoed’, dat plaats zal vinden op 11 maart. Die dag gaan we (Erasmusstudenten) de mijnen van Blégny bezoeken alsmede een chocolaterie en een bierbrouwerij in Verviers.

Ter afsluiting heb ik, zoals ik vorige week beloofd heb, enkele foto’s bijgevoegd. Volgende week zondag zal ik (normaalgesproken) mijn derde blog plaatsen.

Tot dan,

Niels

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s